Eén van onze leerlingen woont de helft van het jaar in Chili. Ook daar wordt getangood.
Lees hier haar belevenissen...

‘Hablamos poh’ (We spreken elkaar) (deel 1)
15 oktober 2007

Mijn vriendin veegde zich de tranen van het lachen uit de ogen. ‘Heb je hem dat écht gesmst? ‘Hahahahahaha, die vent is zich helemaal rot geschrokken. Maar ik zal eerlijk met je zijn: het vergroot je kansen op succes niet.’ Ik keek naar mijn telefoon op het tafeltje, geen berichten, geen gemiste oproepen, maldito celular.
Als er iets is dat me aan de rand van een zenuwinzinking brengt dat is het wel la huevad, het gedoe, van het bellen. Of eigenlijk de combinatie van het flirten en het bellen. Het flirten, geen probleem. Het bellen, ook geen probleem. Alleen nu dan, je hebt geflirt, wellicht gezoend, in ieder geval nummers uitgewisseld: wat gebeurt er met het bellen? Mijn vriendin is categorisch: ‘Als hij geïnteresseerd is, belt ie de volgende dag. Belt ie niet de volgende dag, klaar. Chau no más.’ Een vriend van mij geeft iets meer ruimte: ‘GEDULD’ houdt hij me voor. ‘Maar als hij niet belt: prullenbak.’ (Het is een wijze vriend.)
In dit specifieke geval had ik hem twee keer ontmoet in de context van mijn werk. Bij de eerste gelegenheid legde hij me de aard van de Chilenen als volg uit. ‘De Chileen,’ zei hij, ‘die gaat naar de winkel om una polera, een t-shirt, te kopen. En dan kóópt-ie er één omdat ie zich verplicht voelt. Terwijl: hij vond ‘m niet eens mooi. Así son los Chilenos.’ Stond genoteerd. Aan het einde van de tweede ontmoeting spraken we zo’n beetje af dat we iets zouden gaan drinken. ‘Zo’n beetje’ omdat gesprek eindigde in een hablamos, ‘we spreken elkaar’, hetgeen zo’n beetje alles kan betekenen tussen: ‘we spreken elkaar nooit meer van ons leven’ en ‘ik bel je morgen’.
Nu ben ik er al zo’n beetje aan gewend dat afspraken hier, zoals ze dat zo mooi zeggen, sobre la marcha gaan. Dat wil zeggen, in het moment. De aanloop naar een afspraak met genoemd heerschap had ik al enorm bekort door na een volgend mailtje van zijn kant ondertekend met hablamos, te reageren met: “Ik begrijp dat de Chileense versie is: “misschien dat we ooit eens een keer iets gaan drinken als het zo uitkomt” maar in dit geval is de Nederlandse versie: “ik bel je vrijdag”.” En dus belde ik vrijdag. Alles goed , hij zou later bellen. Hij belde niet. Dus ik belde. Hij zei dat hij niet kon praten omdat de batterij van zijn telefoon bijna leeg was, maar dat hij bijna thuis was en dat hij dan zou bellen. Waarop ik had opgehangen had, onder de douche was gestapt en mijn nest was ingedoken, want we zijn wel goed maar niet gek. Evenwel: tien minuten later belde hij… Het liep uit op het betere flirten en zoenen. En op hablamos…
De dagen die volgden herhaalde ik de twee adviezen van mijn vrienden. Maar ik kon het niet laten en na een paar dagen belde ik hem. Hij nam niet op. ’s Middags belde hij me terug. Of ik de volgende dag wilde lunchen. Hij moest wat dingen doen in de morgen, rond twaalven zou hij bellen om te zeggen of hij het zou halen om te lunchen ja of nee. Prima, het fenomeen van het confirmar, dat wil zeggen je maakt een afspraak maar die is van nul en generlei waarde tot dat die (letterlijk) bevestigd is, daar ben ik al lang aan gewend. Ik: contenta.
Volgende dag. Om twaalf uur: niks. Om één uur: nop. Om half twee: een "sorry-ik-kan-niet-" sms, een sms!! Mijn Latijnse ik was woest, woest! Hoe haalde hij het in zijn hoofd! Mijn Nederlandse zijde beschouwde deze reactie met een ironisch geheven wenkbrauw, want, laten we wel zijn, hiermee was het definitieve bewijs geleverd dat het hem kennelijk niet zoveel interesseerde. Enkeltje prullenbak. En toch...dus ik smste: “Mag ik je een vraagje stellen? Als Nederlandse ben ik wat direct misschien. Maar heeft dit te maken met het verhaal van de Chileen en de polera? Dat wil zeggen: vind je het moeilijk om tegen me te zeggen: nee?”
Op dit punt viel mijn vriendin, die met stijgende verbazing mijn verhaal had aangehoord (‘Wat heb jij een gedúld zeg!’ (Kijk dat is dan het vrouwelijke perspectief…!)), bijna van haar stoel van het lachen. ‘Hit them where it hurts!’ ‘Ik zeg je,’zei ik grijnzend, ‘binnen twéé seconden ging de telefoon, el tipo: ‘Nonono ik zweer je dat het dat niet is. Ik sta ik de rij in de bank. Hou op met lachen! Het is niet grappig. Ik zeg het je in ernst, ik kan echt niet. Hablamos, un beso.’
Mijn vriendin en ik keken elkaar nu samenzweerderig aan: ‘El fresco insoportable!’ ‘Sabes que, huevona,’ zei mijn vriendin, ‘de ellende is dat die ontkenning onderdeel is van het polera verhaal. Hij zou nooit ‘nee’ tegen je zeggen, hij heeft liever dat je daar ergens bent, als een mogelijkheid, als een optie.’ ‘Mmh.’ zei ik, ‘We zullen zien. Ik heb hem daarna nog iets gsmst: “Ik neem aan dat het in Chili legaal is dat de vrouwen, de mannen (ook) huevean (huevear: pesten, plagen)! Natuurlijk geloof ik je, besos y …hablamos!”’
(For the record: ik heb hierna nog één keer geprobeerd een afspraak met deze jongen te maken om te gaan lunchen. Ik smste hem een week later: “Lunchen?” Drie uur later kreeg ik een sms: “Joh sorry, ik kan niet, ik ben net wakker en ik moet nog van alles doen en vanmiddag moet ik repeteren. Un beso.” Daarna: nooit meer wat van gehoord…)

Chile 2 – Intermezzo: tango

30 september 2007

Mijn naam is Katrien Klep. Sinds eind augustus 2007 zit ik voor de tweede keer voor een langere periode in Santiago de Chile (de eerste keer was van april tot december 2006). En het mooiste is: dat is mijn werk. Behalve met mijn werk, hou ik me ook bezig met de schone kunst van het tangodansen. De eerste week kon ik niet dansen door een tragisch gebrek aan schoenen (het thema ‘tango en schoenen’ verdient overigens een geheel eigen verhaal…) maar in de tweede week begon het…
Vrijdagavond. Ik lig vredig in mijn nest. Ineens telefoon. Ik grabbel ergens in het donker en neem op. Flarden tango strijden met de stem van een van mijn tango maatjes: “Hoooooooooola!!!!!!!!!!! Hoe is het met je???!!!” “Goed!!!” roep ik terug. En geheel ten overvloede vraag ik: “Waar ben je?!” Een half oog op mijn wekker vertelt me dat het vijf over één ’s nachts is. ‘En El Cachafaz!!!!!!!’
Sinds vorig jaar ben ik tango aficionada. Een vriendin van me nodigde me ergens in oktober 2006 uit om mee te gaan naar een tango bar in de wijk Providencia van Santiago de Chile. Ik stribbelde tegen, stelde voor om naar de geweldige Cubaanse Salsa tent L’Île de Havana te gaan, waar iedere avond om elf uur het dak eraf gaat als de vijftienkoppige band compleet met trompetten en een zanger in een roodzwart kostuum met dito gleufhoed het piepkleine podium op schuifelt om iedereen vier uur later druipend van het zweet diep tevreden naar huis te laten gaan. Mijn vriendin verzekerde me dat de tango bar óók salsa draaide (maar vertelde daar in eerste instantie maar niet bij dat de salsa tussen thema switches in de tango muziek wordt gedraaid met als doel de dansvloer ‘leeg te vegen’.)
Kort en goed, op die memorabele avond in oktober betrad ik voor het eerst El Cachafaz, niet veel meer dan een schaars verlichte heel erg grote garage met een houten dansvloer in het midden, een grote verzameling tafeltjes met rode kleedjes (zwarte op donderdag), donkere muren met oude affiches van tango grootheden en een piepklein podiumpje met een bruine houten piano (Lucky Luke style) twee krukjes en een microfoon. Iedere woensdagavond zitten daar drie mannen die bij elkaar zeker meer dan 200 jaar oud zijn en zij máken tango…
We gingen zitten aan een van de tafeltjes en bestelden een ongelooflijk zoet drankje waar onder andere koffie, suiker, rum en ei (?!) in zit. Er werd tango gedraaid en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het me in eerste instantie niet veel deed, het kostte me ook moeite om de verschillen tussen de nummers te horen. Wat ik op de dansvloer zag sprak me meer aan: dansparen in opperste staat van concentratie (iets wat ik van het gemiddelde salsa paar nou niet als eerste zou zeggen), lange vloeiende bewegingen gevolgd door korte snelle bewegingen, het zag er geweldig uit. Wat me het meest opviel (a woman after all) waren de schoenen, ranke, fijne, elegante schoenen met heeeeel erg hoge hakken…
Voor vertrek naar de tango bar kwam mijn vriendin bij mij thuis langs. Ik was net in mijn spijkerbroek gesprongen en had mijn enige paar leren schoenen met hakken (mijn zogeheten ‘nette schoenen’), dwz een paar oude laarzen aangedaan. Mijn vriendin (altijd tot in de perfectie gekleed) wierp een blik op mij, trok mijn vriezer open voor het ijs in haar Cola Light, produceerde vervolgens een enorme make-up tas uit haar handtas en zei: “Tango Katrien, vraagt om Tángo!” (ingewikkeld gebaar met de handen, dramatische uitdrukking op het gezicht). Een half uur later verliet ik met zo zwart als de nacht opgemaakte ogen en mijn haar zo strak achterover dat het pijn deed, het pand…
Na het derde zoete eierdrankje vatte mijn vriendin moed en liet zich meevoeren door haar tangoleraar ‘Jorge’ (natuurlijk), een fantastisch voorbeeld van vergane glorie, eens ‘el rey del baile’, nu net wat kilootjes zwaarder en een tanende haardos, maar nog steeds in het bezit van lange wimpers en een (geweldig Nederlands woord) flemende stem. En toen, goddank, begonnen ze salsa te draaien. Ik zat al heel de avond dus ik geloof dat ik niet eens echt er over nagedacht heb, ik heb mijn vriendin bij de arm gegrepen en ben met haar de dansvloer opgespurt. Na drie nummers hield het helaas al weer op maar ik was tevreden. Ik zat nog niet op mijn stoel of een lange (zeldzaam!) slanke man leek op mij af te komen lopen. Hij strekte zijn arm en hand naar me uit en vroeg, “Dans je?” Deze vraag bracht mij nog meer in verwarring dan zijn verschijning: hij was helemaal in het zwart gekleed, zijn bloes van zwart glimmend spul in zijn zwarte plooibroek gestoken, voeten in smetteloze zwarte lakschoenen, zijn haar strak achterover gekamd, impecable. Een echte milongero…die mij vraagt of ik dans…Ik zei, “Ik dans, maar ik dans geen tango.” “Ah,” zei hij, “maar als je zó salsa kunt dansen, dan kun je ook tango dansen.” (schrijf op heren, zo maak je een dame een compliment)…
En dus stapte ik op mijn cowboy boots de dansvloer op. De tango begon en mijn milongero maakte geen haast maar ineens nam hij me in zijn armen (létterlijk want tango wordt hier borst aan borst gedanst) en hop daar ging ik. Ik geloof niet dat ik me ooit in mijn leven dansend, zó ongemakkelijk heb gevoeld. Niet alleen moest ik de hele tijd achteruit lopen, doordat ik zo’n beetje tegen zijn borst geplakt zat, had ik geen idee wat ik met de rest van mijn lichaam moest doen, dus ik vrees dat ik mijn kont zo ver mogelijk naar achter heb gestoken om maar niet zó dicht tegen deze man aan te dansen. Het ritme was me ten ene male vreemd en ik had echt geen idee welke passen ik moest zetten. De milongero liet zich niet uit het veld slaan en zei: “Je hoeft niets te doen, je volgt ‘gewoon’ mijn passen.” De tango hield heel abrupt op en ik wilde met een snelle glimlach al weer terug vluchten naar mijn tafeltje waar mij breed grijnzende vriendin zat, maar de volgende tango begon en voor ik het wist lag ik alweer in zijn armen… ik wist nog niet dat tango’s (zoals al het goede in het leven?) in sets van drie komen…
En zo kon het gebeuren dat ik bijna een jaar later die vrijdagnacht luisterde naar de flarden van tango’s uit El Cachafaz en mijzelf tegen mijn vriend hoorde zeggen, “Joh, ik lig al in mijn bed!” Waarop hij zei, “Maakt niet uit, dan zien we elkaar woensdag hier op de dansvloer!” En ik ophing en bij mezelf dacht, “What the heck,” mijn zwarte top en spijkerbroek aantrok, mijn haar naar achterbond, een dikke zwarte streep onder mijn ogen zette en mijn dansschoenen in een tas gooide terwijl ik de nachtconciërge belde om een taxi voor me te regelen. Om kwart voor twee liep ik El Cachafaz binnen: let’s tango!!

Rode Schoentjes
Februari 2008

De tango brengt letterlijk een hele nieuwe wereld met zich mee. Een van de dingen is, heel simpel: tangoschoenen. Waar tango gedanst wordt, wordt naar voeten gekeken, de héle avond lang. Nou moet ik bekennen dat ik nooit zoveel met schoenen gehad heb. Jarenlang heb ik mij gered met een ik mag wel zeggen Spartaans aantal schoenen namelijk een stuk of zes paar (slippers meegerekend!). Of nee, ik moet het anders zeggen. Nú blijkt dat ik al die jaren een onderdrukte schoenen fetisjist ben geweest. En dames en heren: het beest is los…
In Nederland had ik al geprobeerd om een paar mooie tango schoenen te kopen. Mijn lessen danste ik op mijn oefenpaar, maar ik wilde iets speciaals voor de milongas, de dansavonden. Op een miezerige donderdagmiddag liep ik door de stad en ineens zag ik ze: grijs, een hele hoge hak en een klein zwart strikje. In twee seconden was ik verkocht. En toen kwam het: in de milonga zag iedereen dat ik nieuwe schoenen had! Oh joy… Tsja en als je daar eenmaal van geproefd hebt…Vlak voor ik naar Santiago vertrok heb ik in alle ernst overwogen om het grijze strikjes paar aan mezelf op te sturen (ik had zelfs een PTT-TGP-TNT doosje gekocht waar ze perfect in pasten…) maar mijn praktische Nederlandse geest kon niet over de drempel heen dat dit ‘overdreven’ was en zo bleven zij eenzaam achter in een Nijmeegse garage…
De tijd verstreek en ik danste tevreden op mijn oefenpaar in de lessen en de milongas van Santiago tot in oktober vorig jaar mijn vriendin Karina, met wie ik op woensdagen dans in tango bar El Cachafaz, haar best bewaarde tangogeheim met me deelde. Ze vertelde me van een heel klein winkeltje in een galerij ergens in Providencia dat geïmporteerde Argentijnse tango schoenen verkoopt… The rest, as they say, is history…
Die bewuste middag trok ik mijn sokken aan (voor in mijn bergschoenen) toen ik bedacht dat die sokken nogal pluizen en het nou niet erg netjes zou zijn om daar met bepluisde pootjes van die mooie schoentjes te gaan passen. Dus bedacht ik, de pragmatica, ik trek een paar pantykousjes aan onder die sokken. Terwijl ik de pantykousjes over mijn kuiten trok, realiseerde ik me dat het misschien wel eens tijd was om de winterbenen voor de zomerbenen te verwisselen, want, leerde een auto-kritische blik op mijn schenen, dit kon dus eigenlijk echt niet meer. (Even voor de goede orde, tot dit moment in de geschiedenis danste ik áltijd in jeans.)
Drie minuten later stond ik voor een Salón de Belleza, Schoonheidssalon (er is er hier één op iedere straathoek) waar al druk geadverteerd werd voor de aankomende zomer. Er hing een groot bord: ‘DEPILACIÓN’, ontharen, gevolgd door een lijst van (naar ik aannam) lichaamsdelen waar ik werkelijk nog nooit van gehoord had. Voorzichtig duwde ik de deur open. Ik zag niemand en stond op het punt er tussen uit te knijpen toen een gordijn van een soort hokje opzij werd getrokken en een zeer geblondeerde jonge dame in een doktersjas al handen wrijvend te voorschijn kwam. “Hola mi’jita, qué te vas a hacer? Dag mijn meiske, wat ga je laten doen?” “Ehmm,” stamelde ik, verwoed tussen de woorden op de lijst zoekend naar iets dat met benen te maken kon hebben. Uiteindelijk wees ik op mijn spijkerbroek: “Piernas?” In no time lag ik in het hokje op een bank die ik alleen maar met gynaecologisch onderzoek kon associëren, compleet met een papieren rol en zo’n beweegbaar lampje. Naast mij stond de praatgrage blondine met een enorme houten spatel in een pot hete brei te roeren. Gedurende haar analyse van het openbaar vervoerssysteem in Santiago en de prestaties van de overheid onder presidente Michelle Bachelet tot nu toe, smeerde ze een deel van mijn benen in met de hete was, trok heel de boel er weer af en gebood me een kwart verder te draaien. Toen ik, zwetend, weer op mijn rug lag, bekeek ze me nog eens grondig van mijn voeten tot aan mijn middel en vroeg: “Wat wil je nog méér laten doen?” Ik wist niet hoe snel ik van die bank af moest komen!
Terug thuis besloot ik dat rode puntjes in ieder geval minder erg waren dan zwarte haartjes en aldus toog ik opgewekt naar de winkel. Het werd een feestje want mooi dat hier bijna geen dames zijn met maat 39 of 40 dus ik had alle keus. Zwart, rood, zilver, wijnkleurig... Ik viel als een blok voor Zwarte Schoentjes die niet alleen heel mooi waren maar ook prefect zaten. Alleen… ze hadden open neuzen. Nu moet ik hier even verhelderen dat ik over het algemeen een vrouw ben die heel tevreden is met haar lichaam maar dat nou net mijn ténen… Ik draag altijd gesloten schoenen en aangezien Nederland verder toch geen noemenswaardige zomer heeft, lijd ik hier verder nooit onder. Maar nu… er zat maar één ding op: de pedicure.
Sommigen herinneren zich misschien nog mijn geweldige Pools-Canadeese bovenbuuf Kasia. Zij ging altijd voor een french manicure (googled u maar even) naar een tent met de veelbelovende naam: Perfect Nails. Ik besloot dat dit hét moment was om haar goede voorbeeld te volgen. En zo vond ik mij terug in een witte ligstoel met een dame aan mijn voeten en een andere dame met mijn handen op een soort dienblad op haar schoot, ieder uitgerust met een metalen bakje met een indrukwekkende verzameling aan tangetjes, schaartjes, klemmetjes en vijlen. Ik had geen idee wat een mens in zo’n situatie zegt of doet, maar al gauw werd duidelijk dat ik geheel niets hoefde te doen of te zeggen. In een uur tijd poetsten, vijlden en krabbelden zij mijn handen en voeten naar verbijsterend lieflijke roze poezelige pootjes. In dezelfde tijd onderwezen ze mij grondig in de do’s and don’ts van de man in het algemeen en de Chileen in het bijzonder. Ik kan niet ander zeggen: verlicht ging ik weer naar buiten…
Een lang verhaal kort: sinds het eerste paar tango schoenen heeft mijn (dans)garderobe een drastische zo niet dramatische hervorming doorgemaakt. Toen ik eenmaal vrede had gesloten met mijn voetjes had ik natuurlijk zomerschoenen nodig, die zomerschoenen vroégen gewoon om een rok, vervolgens had ik iets nodig voor óp die rok en uiteraard kon die afgeragte groene handtas met drie ritsen toen écht niet meer. Vandaag de dag ben ik dan ook in het bezit van meerdere paren schoenen, meerdere rokken en twéé handtassen (waarvan één, ik geef het toe, geel lakplastic met rode kersen…) Ik heb inmiddels een Perfect Nails Club Card en draai mijn hand niet om voor wat hete was hier of daar. En dat allemaal dankzij….de Tango!!

Epiloog

- woensdag 6 februari 2008 - Ik betreed el Cachafaz, mijn zwarte-rok-met-groene-strepen wappert rond mijn benen. Ik loop naar onze tafel en weet alle blikken op mijn gericht want… ik ben vorige week in Buenos Aires geweest…Mijn vriendinnen kijken naar mijn tas. ‘En? En? En?’ Ik neem mijn tijd, ga zitten, bestel een pisco sour en neem het rode stoffen beschermtasje waar de schoentjes inzitten op schoot. Er valt een stilte (of verbeeld ik me dat maar?). Ik open het zachte tasje en dan doe ik ze aan: mijn nieuwe Rode Schoentjes… Als ik opkijk, zie ik aan de andere kant van de tafel Karina breed naar mij grijnzen met haar duimen omhoog. Andrés zoekt mijn ogen, biedt mij zijn hand aan en vraagt: “Mag ik dan de eer van de eerste dans?”

Liefs Katrien

mannenweekeind op 17 en 18 april

Rinus gaat eindelijk weer een keer met zijn mannen aan de slag. Mis m niet!

Nieuwe roddels van Jacqueline.

Meestal heeft ze van die aardige beschouwingen, lees nu lekker gemene roddels....

maandelijkse nieuwsbrief

We versturen eens per maand een nieuwsbrief. Over dansgelegenheid lessen, en wat we verder organiseren. lees m hier of neem een abonnement.